Als ‘niet’ niet de oplossing is…wat is het dan wel?

Jij: “Ik wil graag afvallen, daarom mag ik NIET snoepen”.

Weer jij: “Ik wil graag gezonder worden, daarom mag ik NIET roken”

Ook jij: “Ik wil graag een leukere moeder zijn, daarom mag ik NIET uit mijn slof schieten als de kids het hele huis weer eens af hebben gebroken, terwijl ik toch echt maar vijf minuutjes weg was om die shit…sorry, stomme boodschappen te halen”.

Jouw brein: “NIET? Wat bedoel je daar toch mee? Dat woord is zo raar. Weet je, ‘NIET’ is geen ding, het heeft geen vorm, ik kan me er geen voorstelling van maken. Wat bedoel je toch in hemelsnaam?”

Jouw mooie, slimme brein kan er niets mee, met dat rare woordje “NIET”. Hoe dat kan? Nou, simpel; het brein is ijzersterk in het leggen van verbindingen tussen woorden, visuele beelden, emoties, herinneringen, kennis en ervaringen. Op het moment dat wij het brein een zin voorschotelen, gaat het in sneltreinvaart op zoek naar passende informatie om de betekenis van de woorden te duiden.

Als ik zeg:

“Denk niet aan een olifant en vergeet de kleur roze”. Dan is de kans groot dat jouw brein het volgende laat zien:

Het woord ‘Niet’ wordt volledig genegeerd. En als je even verder kijkt, heeft het brein ook helemaal niks met het woord ‘geen’. De olifanten die in de meeste hersenen zullen verschijnen na het horen van bovenstaand zinnetje, zijn toch echt gewoon roze. Het brein linkt ‘olifant’ en ‘roze’ en maakt er iets leuks van. Dat dat dan geen standaard olifant hoeft te zijn, dat bewijst de foto wel.

Dus: de woorden die je gebruikt, worden automatisch door je brein herkent. En door die herkenning worden ze als plaatjes of herinneringen opgeroepen. Door de zin met de olifant, kun je bijvoorbeeld ook ineens terug gaan denken aan een bezoek aan de dierentuin, waar je een olifant hebt gezien. De kleur roze zal dan vaak nog als extraatje aan die herinnering worden toegevoegd.

We gaan het nog eens testen: Kijk naar onderstaande foto:

Denk nu niet aan limonade. Niet aan een citroen. Niet aan dorst. En niet aan drinken.

Loopt het speeksel langzaam in jouw mond? Waar denk je aan? Eerlijk?

Het woord ‘niet’ wordt niet opgepikt door jouw hersenen. Er wordt geen actieve link gelegd. Je kan de citroen bijna proeven. Je kunt de zoete en toch ietwat zure limonade in jouw mond bijna voelen. Koud en fris en lekker. En boordevol suiker.

Maar hoe kun je jouw brein dan laten doen wat jij wil? Hoe kun je die hersenen laten denken wat je wil?

Heel simpel: door nu eindelijk eens te stoppen met ontkennen!

Hou er nu maar gewoon mee op! Je kan wel blijven ontkennen, maar het helpt je niet. Wat ik hiermee wil zeggen; de hersenen herkennen ontkennende woorden niet. Dan moet je ze niet gebruiken als je iets wil bereiken. Als je nieuwe gewoontes wil aanleren en oude gewoontes wil afleren, dan moet je goed nadenken over jouw taalgebruik.

Zeg dus niet:

“Ik mag niet snoepen, want ik wil afvallen”. Want de hersenen horen dan dit:

“SNOEP…bla bla bla … AFVALLEN”.

Afvallen is vervelend, want het brein is van nature lui. En wat wil het brein dan wel graag horen? JUIST…SNOEP! Wat een feest! SNOEP in alle kleuren, lekker! Ik heb er zin in! Zullen we gauw gaan snaaien? Ach toe, eentje maar! LEKKER! HMMMMMM!

En mijn persoonlijke favoriet: “IJs met karamelsaus en chocolade, dat is ongezond…dat mag ik niet meer eten”.

JOUW BREIN:

Om goed te kunnen samenwerken met jouw brein, moeten jullie op 1 lijn liggen. Jullie moeten het met elkaar eens zijn. Daarvoor moet je jezelf eerst overtuigen. Waarom wil je bepaalde dingen bereiken? Waarom wil je eigenlijk afvallen? Is dat alleen zodat je in een kledingmaatje kleiner kan passen? Of is dat omdat je graag gezonder wil zijn en beter in je vel wil zitten? Overtuig jezelf eerst met de juiste motieven en ga dan aan de slag met de onderhandelingen met je brein.

“Ik wil graag afvallen, daarom mag ik niet snoepen”, wordt dan:

“Ik ga gezonder eten. Daarnaast ga ik bewuster eten. Ik ga nadenken over mijn keuzes, elke dag opnieuw”.

Als jouw brein nu opspeelt en je tussendoor uitdaagt met visuele plaatjes van lekkere dingen, kun je bovenstaande affirmatie als een mantra opdreunen. Je kan ook variëren:

“Ik kies voor mezelf. Ik voel me veel beter als dit korte moment van uitdaging voorbij is en ik mezelf weer heb overwonnen. Dan ben ik trots!”.

Gebruik geen negatieve woorden als je jezelf aanspreekt. Wees ook lief voor jezelf. Gebruik opbouwende woorden, woorden die staan voor jouw nieuwe leven (gezond, gemotiveerd, sportief, fit, bewust, trots, beter, overwinnen).

Zeg niet “Ik wil gaan sporten…”. Zeg dan: “Ik ga sporten”. Zeg ook niet: “Ik wil gezonder eten”. Beter is: “Ik ga gezonder eten”. Stel niets uit en ontken niets. Dan gaat de communicatie met jouw brein ook soepeler verlopen.

De zin “Ik wil graag gezonder worden, daarom mag ik NIET roken”, kun je ook anders verwoorden:

“Ik leef gezonder en ik kies voor frisse lucht”.

Vernoem niet het roken en ook niet de sigaret. Als jouw brein toch gaat snakken naar die gore peuk, zeg dan: “Ik wil frisse lucht”. Drink daarna een glas water of poets je tanden. Het nare moment is dan zo voorbij.

En dan als laatste: “Ik wil graag een leukere moeder zijn, daarom mag ik NIET uit mijn slof schieten als de kids het hele huis weer eens af hebben gebroken, terwijl ik toch echt maar vijf minuutjes weg was om die shit…sorry, stomme boodschappen te halen”.

Dit is misschien beter:

“Ik ben gewoon heel leuk. De kids mogen nu best hun eigen rotzooi opruimen. Koffie?”

Soms mag je ook wel eens uit je slof schieten. Je hoeft niet altijd leuk te zijn. Want niemand is altijd leuk, toch?

Volg Bounce Up op Social Media

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *